Het dal van de Owens River in Californië werd oorspronkelijk bewoond door Paiute indianen. Dit volk leefde in de woestijn, meestal rond drasland waar vissen en vogels hun maaltijd konden vormen. In de herfst verzamelden ze pijnboompitten en aten ook wortels en zaden. Met de komst van de Europeanen ontstonden er verschillende oorlogen. Uiteindelijk werden ze gedwongen naar een reservaat te gaan hetgeen de meeste weigerden. Daardoor verspreidde de Paiute zich in steden en op het platteland. Een deel van de indianen kwamen toch weer terug naar het dal en gingen daar aan het werk op een koeienranch. Zo ontstond er een kleine gemeenschap die de naam Manzanar kreeg, Spaans voor appelplantage.

Paiute indianen

In 1942 besloot de Amerikaanse regering dat er op die plek een interneringskamp voor Japanse Allochtonen moest komen. In VS wonende Japanners en mensen met Japanse voorouders werden als staatsgevaarlijk gezien. Het kamp had 36 blokken met ieder 12 barakken, in ieder blok werden 300 mensen ondergebracht. Om het kamp een hek en 8 wachttorens die werden bemand door de militaire politie. De bewoners moesten in een textielfabriek werken of verrichtten landarbeid. Deze vorm van een bevolkingsgroep wegzetten doet sterk denken aan wat de Duitsers aan de andere kant van de wereld deden.

Jeanne Wakatsuki Houston schreef in 1972 het boek Farewell to Manzanar. Het handelt over haar eigen belevenissen in het kamp Manzanar. Dit boek behoort tegenwoordig tot de verplichte stof op veel Amerikaanse scholen. In 1976 werd het onder dezelfde titel verfilmd en als televisieproductie uitgebracht.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van ons laatste nieuws, laat je naam en email achter.